EPC Berekeningen

De energieprestatiecoĆ«fficiĆ«nt van een woning drukt de energetische prestatie uit.De waarde 1,0 is ongeveer wat een gemiddelde woning in 1990 presteerde. Een woning met een EPG van 0,6 gebruikt dus nog maar 60% van de energie die zo’n woning twintig jaar geleden verbruikt zou hebben. De energieprestatie van een woning gaat meestal over het gebouwgebonden energiegebruik. Dat is de energie die nodig is voor het verwarmen of koelen van het binnenklimaat, het warm tapwater en de verlichting.

Voor warmtewoningen, woningen aangesloten zijn op een stadswarmtenet, gelden andere regels. Hier mag de energieprestatie van het (duurzame) restwarmtegebruik in het warmtenet worden toegerekend aan de EPG van de woning. Hierdoor mag bij de bouw van de warmtewoning op isolatiemaatregelen worden bespaard, terwijl toch de wettelijk voorgeschreven EPG-waarde wordt gehaald. De kosten voor verwarming van de warmtewoning vallen hierdoor ca. 15 tot 100% hoger uit dan die van een vergelijkbare woning op aardgas, die onder hetzelfde EPG-regime is gebouwd.

De energieprestatie gaat niet over het overige huishoudelijk energiegebruik zoals nodig voor koken, wassen, koelen en andere apparatuur. Bovendien is uitgegaan van een referentiejaar voor het buitenklimaat en een standaard bewonersgedrag. De werkelijkheid wijkt meestal sterk van deze uitgangspunten af. Daardoor zal het genormeerde berekende energiegebruik meestal niet overeenkomen met wat bewoners op hun gas- en elektriciteitsmeter aflezen. Immers ieder jaar is het buitenklimaat anders, iedere bewoner stookt anders en gaat anders met zijn woning om. Bovendien zitten er een aantal afrondingen in de norm om ervoor te zorgen dat deze nog hanteerbaar is.

De energieprestatie-eis zegt alleen iets over de minimale energetische kwaliteit waaraan een woning moet voldoen. De indiener van een bouwaanvraag mag zelf bepalen met welke maatregelen aan de eis wordt voldaan: extra isoleren, betere installaties of de toepassing van duurzame energie. Door deze opzet hebben de opdrachtgever en architect redelijk wat vrijheid om te voldoen aan de wet en kan hij de maatregelen aanpassen aan de specifieke situatie. (bijvoorbeeld door bij een woning die helemaal in schaduw staat geen zonnepanelen te gebruiken en wel de ramen extra goed te isoleren). Het belangrijkste nadeel is dat de eis hierdoor best ingewikkeld wordt. Alleen met een uitgebreide berekening kan je bepalen hoe hoog de EPG van een gebouw is en of je dus voldoet aan de wet.

Een belangrijk aspect van de prestatienorm is dat ongeacht het type, de vorm of de grootte van de woning, dat gelijksoortige maatregelen tot min of meer dezelfde prestatie leiden. Anders uitgelegd: grote woningen of woningen met veel dak- of geveloppervlak mogen dus meer energie gebruiken om aan dezelfde prestatie-eis te voldoen dan kleine compacte woningen.

(Aan)vragen?

Zijn er vragen? laat hier uw berichtje achter!

captcha